Tijdens de Klantendag 2018 heeft Frans Rijkers, coördinator BRP bij RvIG, een workshop gegeven getiteld ‘Gluren bij de buren’. In de landen om ons heen is het identiteitsdomein op verschillende manieren georganiseerd. In dit artikel krijgt u een korte impressie hiervan.

Vanzelfsprekend?

Voor inwoners van Nederland lijkt het zo vanzelfsprekend: iedere gemeente houdt een bevolkingsregister bij: de Basisregistratie Personen (BRP). Dat register dient als basisregistratie voor allerlei andere processen, zoals het innen van belastingen, het verstrekken van uitkeringen of identiteitsbewijzen en het organiseren van verkiezingen. In andere landen van de Europese Unie (EU) ligt dit genuanceerder.

Twee stromingen

Anno 2018  bestaat in de EU een divers landschap van de manier waarop nationale overheden omgaan met het registreren van de bevolking. Grofweg zijn daarbij 2 modellen zichtbaar:

  1. Bepaalde landen richten zich op registratie van de persoon en de daaraan gerelateerde gebeurtenissen, oftewel ‘life events’ (geboorte, huwelijk, overlijden). Deze landen, voornamelijk uit de Angelsaksische traditie, beschikken niet over een bevolkingsregister, maar over een register voor de burgerlijke stand. Soms zijn deze registers centraal georganiseerd maar vaak zijn ze in decentraal beheer (bij gemeenten). Een belangrijk kenmerk van registers voor de burgerlijke stand is dat alleen personen worden opgenomen die relevant zijn voor het betreffende ‘life event’. Personen die vanuit Nederland naar een ander land vertrekken, komen dus niet per definitie in zulke administraties terecht.
  2. Andere landen hanteren registraties die tot doel hebben alle ingezetenen te registreren. Hier gaat het dus om bevolkingsregisters. In deze registers worden meestal 3 verschillende deelpopulaties geregistreerd:
    • de ‘eigen’ burgers, namelijk de burgers met de nationaliteit van het betreffende land;
    • de ‘eigen’ burgers die zijn vertrokken naar een ander land;
    • anderen dan eigen burgers, die - langdurig - in het land verblijven.

Centraal – decentraal

In beide modellen speelt het woonadres van de persoon een belangrijke rol, vooral omdat dit gegeven meestal ook voor allerlei andere administratieve taken van de overheid wordt gebruikt. Meestal vindt deze registratie plaats op basis van een persoonlijk Identificerend Nummer (PIN).

Een groot aantal landen in de EU kent een bevolkingsregistratie die min of meer centraal toegankelijk is, vergelijkbaar met de Nederlandse BRP. Dit geldt voor de Scandinavische landen, de landen van de Benelux en de meeste Oost-Europese landen.

Duitsland en Italië kennen een decentrale opzet van de bevolkingsregisters: er is geen systeem operationeel op landelijk niveau. Daarnaast is er een aantal landen dat geen bevolkingsregistratie kent, maar wel registraties voor de burgerlijke stand. Landen als Frankrijk en Cyprus hebben hieraan een centrale voorziening gekoppeld, andere landen hebben dit (nog) niet, zoals Portugal, Malta en Griekenland.

Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk

Laten we eens inzoomen op 3 ‘grote’ landen in de EU:

  • Duitsland kent geen landelijk, centraal bevolkingsregister. Voor zover er centrale registers aanwezig zijn, is dit op het niveau van de deelstaten georganiseerd. Maar dit is niet in alle deelstaten het geval. Tussen de registers bestaan verschillen in inhoud, procedures en dergelijke. Er zijn wel plannen om de bevolkingsregisters van de verschillende deelstaten te harmoniseren. Maar discussies over centrale persoonsregistratie liggen in Duitsland politiek zeer gevoelig.
  • Frankrijk kent lokale registers voor de burgerlijke stand. Daarnaast heeft Frankrijk een centrale faciliteit, het Répertoire national d'identification des personnes physiques (het RNIPP). Deze voorziet gegevens van Franse burgers en personen die aanspraak maken op de sociale zekerheid van een uniek nummer. Het RNIPP is strikt aan regels gebonden en niet toegankelijk voor het traceren van individuele personen. Frankrijk koppelt de persoonsgegevens uit de burgerlijke stand dus aan centrale voorzieningen.
  • Het Verenigd koninkrijk kent geen enkele centrale voorziening voor persoonsregistratie. Registers voor de burgerlijke stand worden er bijgehouden in gemeenten. Plannen voor een centraal register of een centrale faciliteit, met name om een voorziening te hebben als basis voor de uitgifte van een identiteitskaart, zijn in de ijskast gezet vanwege politieke discussie. Er bestaat wel een landelijk kiesregister, maar registratie daarin is niet verplicht. Wel kent het Verenigd koninkrijk sectorregistraties voor de zorg, de belastingen en de sociale zekerheid, met verschillende identificerende nummers.

Geregistreerde (persoons)gegevens

EU-landen registreren over het algemeen de identificerende gegevens (naam, geboorte, geslacht), het woonadres, en de huidige nationaliteit van een persoon. De registraties lopen uiteen als het gaat om voormalige woonadressen, voormalige en dubbele nationaliteiten, en emigratie en immigratie.

Het Persoonlijk Identificatienummer (PIN)

Voor het opvragen en uitwisselen van persoonsgegevens tussen de registraties van landen kan het gebruik van een identificerend nummer, een zogeheten Persoonlijk Identificatienummer (PIN) een belangrijke rol spelen. Dit nummer is vaak vergelijkbaar met het burgerservicenummer in Nederland. De landen die een centraal bevolkingsregister hanteren, gebruiken in alle gevallen ook een PIN dat binnen de hele overheid gebruikt wordt. Sommige landen gebruiken geen universeel PIN maar wel bijvoorbeeld een sociale-zekerheidsnummer. Zo’n sectorale PIN wordt weliswaar breder gebruikt dan enkel in de eigen sector, maar heeft niet de rol van een nationaal PIN. Op de afbeelding ziet u welk soort PIN in de verschillende EU-landen gebruikt wordt.

Gebruik van persoonlijke identificatienummers (PIN) in de Europese Unie

Wat brengt de toekomst?

In de EU spelen meerdere ontwikkelingen die de toekomst van de persoonsregistraties gaan beïnvloeden. We kennen natuurlijk allemaal de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Op 29 september is de eIDAS-verordening in werking getreden, die ervoor zorgt dat erkende EU-inlogmiddelen in de digitale dienstverlening geaccepteerd worden. En daarna komt de Single Digital Gateway, een digitale toegangspoort die toegang gaat geven tot online informatie, procedures en diensten. De EU wordt digitaal en EU-burgers kunnen digitale diensten afnemen in alle lidstaten. Ook Nederland heeft ambitieuze plannen met de digitale agenda NL DIGIbeter. Genoeg reden om de ontwikkelingen op de voet te volgen! Natuurlijk op RvIG.nl, maar kijk ook eens op Digitaleoverheid.nl of de website van de Europese Commissie.