De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) heeft sinds 1 maart 2019 een aparte directie Innovatie en Ontwikkeling. Daarmee staat innovatie binnen RvIG definitief op de kaart. Toch zijn er volgens directeur Michiel van der Veen nog genoeg uitdagingen. ‘Wat goed gaat, kun je altijd verbeteren.’

Portret Michiel van der Veen
Michiel van der Veen

Met de nieuwe innovatiedirectie wilde RvIG vooral sneller en efficiënter inspringen op de razendsnelle digitale ontwikkelingen en steeds veranderende samenleving. 'De verleiding is dan groot om prioriteit te geven aan de waan de dag’, vertelt Michiel. ‘Het is immers lastig om te focussen op veranderingen die we pas over een paar jaar merken. Als je innovatie echter voor je uit schuift, dan kunnen problemen zich opstapelen. Denk aan achterstallig onderhoud van systemen. Met als gevolg dat RvIG steeds minder aansluit op de behoeften van onze burgers en partners.’

Wat is jouw definitie van innovatie?

‘Vaak denken mensen dan aan de wildere ideeën, zoals gelikte apps. Maar innovatie is veel breder. Bij RvIG zijn er ten eerste de verbetertrajecten: het beter, veiliger en efficiënter maken van bestaande diensten. Dan komen de vernieuwingstrajecten, waarbij hele systemen of processen worden vervangen. Zo verhuizen we momenteel onze hele infrastructuur naar de Rijkscloud. Tot slot zijn we bezig met verandertrajecten, ook wel ‘horizon 3’-ontwikkelingen genoemd. De effecten van deze innovaties merken we pas over een paar jaar. De digitale ID-kaart (vID) is hier een goed voorbeeld van.’

Hoe staat RvIG ervoor op het gebied van innovatie?

'Ik ben positief verrast door de innovatiecultuur bij RvIG. Maar we zijn er nog lang niet: wat goed gaat, kun je altijd verbeteren. Bovendien verandert de wereld om ons heen ontzettend snel. COVID-19 versterkt dat proces nog eens extra. Dat betekent dat wij onze huidige dienstverlening ook voortdurend moeten vernieuwen. Neem bijvoorbeeld de digitalisering. Als we daar niet in meegaan werken onze diensten straks prima in het fysieke domein, maar niet meer digitaal.'

Wat is er het afgelopen 1,5 jaar veranderd?

‘Innovatie ontstaat niet door toeval, je moet het organiseren. De juiste mensen, processen en overzicht van je dienstenportfolio zijn hiervoor de belangrijkste voorwaarden. Voordat je aan de slag gaat met innovatie moet dus eerst inzichtelijk zijn wat je in huis hebt. Vervolgens maken we strategische keuzes. Wat doen we wel en wat als eerste? En wat doen we niet of pas later? Daarnaast investeren we bewust in mensen die gewend zijn om in een innovatieve organisatie te werken. We hebben goede mensen aan boord. Innovatie gaat uiteindelijk om waarde creëren voor mensen. Dat vraagt om een wendbare organisatie die snel kan inspelen op veranderingen in de buitenwereld. RvIG heeft daar de afgelopen periode grote stappen in gezet, dat is mooi om te zien.’ 

‘Ik ben positief verrast door de innovatiecultuur bij RvIG’

‘Voorheen werkten we volgens de klassieke watervalmethode: we bedachten dat er iets moest gebeuren, maakten een plan en voerden dat vervolgens uit. Aan het eind van het project volgde een rapportage en daar werden we uiteindelijk op afgerekend. Nu staat de uitvoering veel meer centraal. Met andere woorden: het hoofddoel is duidelijk, maar hoe we dat bereiken nog niet. We werken veel meer Agile, dus in kleine stapjes en we sturen voortdurend bij op basis van ervaringen uit de praktijk. Deze aanpak is voor RvIG nog nieuw.

Daarnaast werken we toe naar een open innovatiecultuur. Dus niet denken dat we de wijsheid in pacht hebben, maar experts in het bedrijfsleven en van kennisinstituten juist opzoeken. Met andere woorden: van buiten naar binnen innoveren. Digicampus is hier een goed voorbeeld van. Een ontmoetingsplek waar de overheid, markt, wetenschap en samenleving samen experimenteren met innovatieve oplossingen. En je moet het natuurlijk gewoon doen!’

Wat zijn verder nog voorwaarden voor innovatie?

‘Vooral voor onze horizonprojecten is een nieuw perspectief nodig op het gebied van wet- en regelgeving. In Nederland willen we vaak alles dichttimmeren met wetten, maar bij innovatie moet er ook ruimte zijn voor experimenten. Dankzij zogenoemde experimenteerbepalingen worden innovaties niet beperkt of geblokkeerd door wetgeving. We doen dan ervaring op en misschien besluiten we soms om ergens niet mee verder te gaan. Dat is óók innovatie.’

Inclusief innoveren

Volgens de agenda van de Digitale Overheid moet de digitale dienstverlening van de overheid voor iedereen toegankelijk zijn. Dit wordt ook wel digitale inclusie genoemd. ‘Het is onze verantwoordelijkheid om niemand in de samenleving uit te sluiten’, aldus Michiel. ‘De gebruiker staat bij onze basisvoorzieningen altijd centraal. Iedereen moet kunnen meedoen. Dat begint al in de ontwerpfase. Zo betrekken we mensen uit verschillende gebruikersdoelgroepen bij het ontwikkelen en testen van de vID. Denk aan mensen met een visuele beperking, doven of slechthorenden, minderheden, laaggeletterden en andere burgers die digitaal minder vaardig zijn. Tijdens het onderzoekstraject zijn we continu in gesprek met vertegenwoordigers van diverse organisaties en halen we hun wensen en behoeften op.’

Daarnaast betekent inclusie bij RvIG onder meer dat teksten op de website en in brieven, e-mails en handleidingen in begrijpelijke en duidelijke taal zijn geschreven. Hetzelfde geldt voor antwoorden op vragen door juristen, frontoffice- en backofficemedewerkers. Daarnaast moet de website zoveel mogelijk voldoen aan de digitale toegankelijkheidseisen voor overheidsorganisaties (WCAG 2.1).