De coronapandemie heeft de moeilijke werk- en leefomstandigheden van veel arbeidsmigranten extra zichtbaar gemaakt. Het afgelopen jaar is op verschillende fronten gewerkt aan verbeteringen, waaronder een betere registratie, meer voorlichting en een quarantaineprotocol. De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) is betrokken bij twee projecten.

Martin Slaats - Ministerie van SZW
Martin Slaats, ministerie SZW
Stephan Harkema - RvIG
Stephan Harkema, RvIG

'De Nederlandse economie zou zonder hen niet kunnen functioneren. Dan hadden we lege schappen in onze supermarkten.'

In Nederland werken naar schatting 540.000 arbeidsmigranten, voornamelijk uit Oost-Europa (Polen, Roemenië, Bulgarije). Zij werken in cruciale sectoren zoals de land- en tuinbouw, de logistiek en in distributiecentra. 'De Nederlandse economie zou zonder hen niet kunnen functioneren. Dan hadden we lege schappen in onze supermarkten.'

Dat stelt Martin Slaats, beleidsmedewerker arbeidsmigranten bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en lid van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten. Dit team deed in 2020 een aantal voorstellen om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Zowel tijdens de coronapandemie als daarna. 

Onbereikbare groep

Een van die verbeterpunten betreft de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Wie verwacht korter dan vier maanden in Nederland te komen werken, moet zich voor een burgerservicenummer (BSN) melden bij een van de negentien gemeentelijke RNI-loketten. Tot januari 2021 gaf een buitenlandse werknemer daarbij aan contactgegevens alleen zijn woonadres op, in bijvoorbeeld Polen of Roemenië. Dit maakte deze groep praktisch onbereikbaar’, zegt Stephan Harkema, accountmanager RNI bij RvIG. ‘

Terwijl je met ze wilt communiceren over bijvoorbeeld rechten en plichten, lockdown-maatregelen en de vaccinatie die iedereen kan krijgen die hier langer dan een maand verblijft.’ 

E-mailadres en telefoonnummer

Om beter met deze groep in contact te kunnen komen vragen gemeenten sinds januari 2021 bij elke nieuwe RNI-inschrijving om extra gegevens: een e-mailadres en het nummer van een mobiele telefoon. Op dit moment nog op vrijwillige basis. Harkema: ‘De gegevens zijn vooralsnog alleen beschikbaar voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en voor de Inspectie-SZW. Deze laatste kan arbeidsmigranten nu beter bereiken als er vragen of klachten zijn over arbeidsomstandigheden.’ Ondertussen wordt er gewerkt aan een wijziging van de Wet BRP waardoor de aanvullende contactgegevens en het tijdelijk verblijfadres in Nederland vast onderdeel worden van de Basisregistratie Personen (BRP). Dan kunnen ook andere overheidsinstanties die gegevens gebruiken, zoals de Belastingdienst of UWV. ‘Maar alleen als ze helder kunnen maken dat ze die gegevens nodig hebben voor uitvoering van hun wettelijke taken.’ 

Vaccinatie

Technisch was het vrij makkelijk om de extra gegevens op te nemen in de applicatie voor de RNI-inschrijving. En 80-90% van de arbeidsmigranten geeft een e-mailadres en/of telefoonnummer door. Hierdoor ontvangt deze groep ook een uitnodiging voor vaccinatie. De kortverblijvende arbeidsmigranten zijn nu ook bij eventuele toekomstige calamiteiten goed bereikbaar via twee extra kanalen: e-mail en telefoon. Een geslaagde eerste stap dus, die zal leiden tot een structurele uitbreiding van de RNI-inschrijving, zo verwacht Harkema.

Als verantwoordelijk accountmanager realiseert hij zich tegelijkertijd dat medewerkers van sommige RNI-loketten nu meer tijd kwijt zijn met een inschrijving. ‘Onder andere door taalproblemen en de extra uitleg die nodig is. Soms tot ongeduld van de werkgever die de arbeidsmigrant begeleidt. Ik snap dat dit soms lastig is voor de baliemedewerkers. Het gaat nu al wel sneller, mede dankzij een formulier op onze website, dat arbeidsmigranten (bijvoorbeeld met hulp van hun werkgever) vooraf kunnen invullen.’ 

‘Het blijft lastig om ingewikkelde coronaregels eenvoudig en begrijpelijk op te schrijven’

Informatie in zes talen

Martin Slaats noemt het registreren van e-mailadressen en telefoonnummers een stap in de goede richting. Maar er is meer nodig om beter te communiceren met arbeidsmigranten. ‘Het afgelopen jaar stond mijn werk voornamelijk in het teken van informatievoorziening. In zo veel mogelijk talen, via zo veel mogelijk kanalen, en zo toegankelijk mogelijk. Het blijft lastig om ingewikkelde coronamaatregelen eenvoudig en begrijpelijk te communiceren. We hebben een flinke eerste stap gezet met het maken van de website workinnnl.nl, met informatie in zes talen. Maar het belangrijkste is de mensen op lokaal niveau te bereiken. De e-mailadressen en telefoonnummers helpen daarbij.’ 

In quarantaine maar toch werken

Iedereen die nu uit het buitenland naar Nederland komt (vanaf 1 juni uit een hoogrisicogebied) moet eerst tien dagen in quarantaine. Deze coronaregel geldt ook voor internationale werknemers. Maar tien dagen niet werken en geen geld verdienen, is voor arbeidsmigranten geen optie. Bovendien hebben de bedrijven deze werknemers hard nodig. Ook het alternatief, vijf dagen in quarantaine en een negatieve coronatest, is lastig werkbaar.

Bubbel 

LTO Nederland (Land- en Tuinbouworganisatie) heeft daarom een protocol ontwikkeld dat het mogelijk maakt om wél vanaf dag één aan de slag te gaan. Het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) heeft gekeken of dit voldoet aan de quarantaineregels en de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNW) hebben het langs de lat van de arbeidsvoorwaarden gelegd. Het protocol wordt momenteel als pilot in de praktijk getoetst. Arbeidsmigranten moeten, voordat ze naar Nederland komen, een recente negatieve coronatest overleggen. Vanaf de reis, vaak samen in een bus, vormen ze een bubbel die het risico op besmetting verkleint. Eenmaal in Nederland wonen en werken ze in een vaste groep op het bedrijf. Op de vijfde dag kunnen ze bij een negatieve uitslag ‘uit de bubbel’. Vanwege de voorwaarde van verblijf op het bedrijf zelf, bijvoorbeeld in caravans op een groot erf, zijn het vooral land- en tuinbouwbedrijven voor wie dit protocol werkt.

Coulance 

Ook RvIG was betrokken bij het protocol. Dat betrof het vraagstuk rond de verplichte aanlevering aan het pensioenfonds van het BSN van werknemers die onder de Regeling Piekarbeid vallen. Hoe organiseer je dat als je niet naar een balie kunt omdat je verplicht in ‘bubbelquarantaine’ zit? Stephan Harkema: ‘Voor deze situatie kunnen werknemers gebruik maken van een coulanceregeling van BPL Pensioen, het pensioenfonds van de agrarische en groene sector. Het is tijdelijk toegestaan om je bijvoorbeeld pas op dag zes of zeven te melden bij een RNI-loket voor een BSN. We hebben de RNI-balies ervan op de hoogte gebracht dat deze werknemers zich later dan verwacht, en coronavirusvrij, komen inschrijven. Dit geeft medewerkers van het RNI-loket een veilig gevoel.’

Daarnaast bracht RvIG in kaart wat een latere inschrijving betekent voor instanties als UWV en de Belastingdienst. Harkema: 'De belangrijkste winst van deze samenwerking is dat we elkaar hebben gevonden. Verschillende ministeries en instanties kennen elkaar nu beter. Komt er een nieuwe virusgolf of nieuwe regelgeving dan kunnen we sneller inspelen op de ontwikkelingen.’ 

'De belangrijkste winst van deze samenwerking is dat we elkaar hebben gevonden. Verschillende ministeries en instanties kennen elkaar nu beter. Komt er een nieuwe virusgolf of nieuwe regelgeving dan kunnen we sneller inspelen op de ontwikkelingen.’