Afgelopen zomer nam het parlement een voorstel tot wijziging van de Wet basisregistratie personen (BRP) aan. In 2022 treden deze wijzigingen in werking, enkele wijzigingen al op 1 januari. Hoe komt dergelijke wetgeving tot stand? IDee sprak met Sandra Lentjes, coördinator BRP bij de directie Digitale Samenleving van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), en Frans Rijkers, coördinator BRP bij RvIG. 

Sandra Lentjes
Sandra Lentjes - coördinator BRP bij het ministerie van BZK

Het traject van een wetsvoorstel start met de ambtelijke voorbereiding. ‘De Wet BRP is in 2014 in werking getreden’, vertelt Sandra. ‘Vervolgens wordt een wet altijd geëvalueerd. Zo verifiëren we of de wet doet waarvoor deze is bedoeld, of dat ze moet worden aangepast. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat een onderdeel van de wet in de praktijk onuitvoerbaar blijkt, dat de Tweede Kamer om aanpassingen vraagt of dat er nieuwe wensen in de samenleving leven.’ 

Klein en groot onderhoud 

In het geval van de Wet BRP kwamen er uit de hoek van zowel beleid en uitvoering als de Tweede Kamer signalen dat de wet op onderdelen aangepast zou moeten worden. ‘Ook voor een wet geldt dat er klein en groot onderhoud moet plaatsvinden’, aldus Frans. ‘Bij dat onderhoud moet je trouwens niet alleen met de inhoud, maar ook met het proces rekening houden. Hoe meer wijzigingen er zijn, hoe langer het wetgevingsproces duurt. Met de wijzigingen van de Wet BRP zijn we al met al zo’n vier jaar bezig geweest.’ 

Consultatie 

Nieuwe wetgeving moet veel stations passeren voordat ze in de Tweede Kamer wordt behandeld. Sandra: ‘Bij de ambtelijke voorbereiding maken we een startnotitie, waarin de wetswijziging wordt beschreven. Bij het opstellen van die startnotitie werken we als beleidsafdeling nauw samen met RvIG en andere bij de uitvoering betrokkenen, denk bijvoorbeeld aan gemeenten. Op die notitie moet akkoord volgen van de staatssecretaris. Vervolgens wordt er een consultatieversie van het voorstel gemaakt. Die wordt gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl. Zo kunnen burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties kennis nemen van wetsvoorstellen en hun ideeën hierover kenbaar maken.’ 

Frans Rijkers
Frans Rijkers - coördinator BRP bij RvIG

Hoge respons 

Bij de internetconsultatie heeft iedereen minimaal 4 weken de tijd om op de voorstellen voor wet- en regelgeving te reageren. Volgens Frans kan een consultatie veel respons opleveren. ‘Sommige onderwerpen brengen veranderingen in de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen met zich mee. Ze kunnen tot duizenden reacties leiden. Het is vervolgens aan de ministeries om deze reacties in de voorstellen te verwerken.’ 

Formele consultatie van nauw betrokken partijen 

Daarnaast vindt er altijd consultatie plaats van partijen die nauw bij de BRP zijn betrokken. ‘We overleggen met het zogenoemde Gebruikersoverleg’ zegt Sandra. ‘Daarin zijn de gebruikers van de BRP vertegenwoordigd, zoals de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB), de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de afnemers van de BRP-gegevens. Verder vragen we de Autoriteit Persoonsgegevens en het Adviescollege toetsing regeldruk om advies. Bovendien consulteren we voor onderdelen die voor hen van toepassing zijn ook Caribisch Nederland over de vraag wat ze van de voorgenomen aanpassingen vinden.’ 

Dictum 

Met de uitkomsten van de consultaties wordt een aangepast wetsvoorstel gemaakt. Frans: ‘Vervolgens moet de minsterraad akkoord geven op de parlementaire behandeling van het voorstel, waarna dit voor advies naar de Raad van State gaat. Aan het slot van zijn advies geeft de Raad van State een eindoordeel over het voorstel, het zogenoemde dictum. Het college adviseerde in dit geval het wetsvoorstel in te dienen, na met enkele adviespunten rekening te hebben gehouden.’ 

Schriftelijke behandeling 

In de Tweede Kamer volgt dan een schriftelijke behandeling. Sandra: ‘Die leidt doorgaans tot vragen die door de beleidsdirectie in samenspraak met de uitvoering en de juridische directie op het departement moeten worden beantwoord. Daarna gaat het voorstel terug naar de Tweede Kamer, die beslist of er een debat komt of dat het voorstel meteen in stemming wordt gebracht. In het geval van de wijzigingen op de Wet BRP vroeg de Tweede Kamer een debat met de staatssecretaris aan. Dat heeft in juni plaatsgevonden.’ 

Amendementen 

Het debat is volgens Frans dé gelegenheid voor Tweede Kamerleden om amendementen in te dienen. ‘Naast de in het voorstel opgenomen wijzigingen, wilden de Kamerleden meer aanpassingen om dingen voor burgers beter te maken. Eén van de amendementen betrof het beëindigen van de mogelijkheid voor adoptiefouders een verzoek in te dienen om gegevens van vóór de adoptie te laten verwijderen van de persoonslijst van het geadopteerde kind.’ Sandra: ‘zo’n amendement zorgt ervoor dat zonder een heel nieuw wetstraject snel verbeteringen kunnen worden doorgevoerd, maar het heeft wel als nadeel dat er heel snel op uitvoerbaarheid moet worden getoetst. Op zo’n moment is er een hotline tussen beleid en RvIG.  

Hamerstuk 

Na verwerking van alle amendementen belandde het voorstel nog vóór de zomervakantie in de Eerste Kamer, die - verrassend voor Sandra en Frans - helemaal geen opmerkingen meer had. Het wetsvoorstel werd dan ook afgehamerd: het kon zonder discussie of stemming worden goedgekeurd. 

Termijnen 

Toen kwam het proces in een stroomversnelling terecht en werd de ingangsdatum van 1 januari voor een aantal wijzigingen ineens haalbaar. ‘Maar dan moet er nog wel veel gebeuren’, aldus Sandra. ‘Niet alleen bij beleid en uitvoering, maar vooral ook bij de juridische directie van BZK. Zo moet de wet worden gepubliceerd in het Staatsblad, nadat deze is ondertekend door de Koning en de verantwoordelijke bewindspersoon. Daarbij moeten er termijnen in acht worden genomen. Normaal gesproken geldt minimaal een termijn van twee maanden tussen de dag van publicatie van de wet in het Staatsblad en de dag waarop de wet in werking treedt. Zo krijgt iedereen de gelegenheid zich goed voor te bereiden op de uitvoering van de wet. Sommige wetten of wetswijzigingen hebben bijvoorbeeld veel gevolgen voor de automatisering. Die moet dan dus wel op orde zijn. Bij betrokkenheid van medeoverheden, wat bij de Wet BRP het geval is, wordt zelfs een termijn van drie maanden in acht genomen. Om die reden gaat een aantal wijzigingen nog niet in op 1 januari. Daarvoor is meer voorbereiding nodig.’ 

Afronding, publicatie en inwerkingtreding 

Bovendien moet de regelgeving worden afgerond. Frans: ‘Dit is nog een heel proces. Want onder de wet hangen ook nog een Besluit BRP (waarin de regels uit de wet verder worden uitgewerkt) en een Regeling BRP (een beschrijving van de uitvoeringsregels van de wet). Uiteindelijk konden alle teksten tijdig in het Staatsblad worden gepubliceerd. Daardoor kunnen ze op 1 januari 2022 in werking treden.’ 

Term ‘verzamelwet’ kan verwarrend zijn 

‘Per 1 januari 2022 wijzigt de bestaande Wet basisregistratie personen op een aantal onderdelen’, aldus Frans Rijkers. ‘Het gaat om meerdere wijzigingen. Daarom spreken we intern over de Verzamelwet basisregistratie personen. Dat kan verwarrend zijn. Want formeel bestaat er helemaal geen wet die zo heet. Voor én na de inwerkingtreding van de wijzigingen hebben we het dus nog steeds over één en dezelfde Wet basisregistratie personen.’