De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) werken samen aan een nieuwe procedure voor gemeenten om gedetineerden een Nederlandse identiteitskaart (NIK) te verstrekken voordat ze de Penitentiaire Inrichting (PI) verlaten. 

‘Voor elke Nederlander is het belangrijk om een geldig identiteitsdocument te hebben’, zegt Martha Padmos, senior beleidsmedewerker bij het ministerie van JenV. ‘Dat geldt natuurlijk ook voor gedetineerden. Voor hen is het vooral van belang dat zij over een identiteitsdocument beschikken voordat ze de PI verlaten. Dat hebben ze namelijk nodig voor een succesvolle re-integratie in de samenleving. Alleen met een geldig identiteitsdocument kunnen ze bijvoorbeeld (tijdelijke) huisvesting regelen of een uitkering en een zorgverzekering aanvragen, wat terugval in het criminele circuit kan voorkomen.’ 

15 procent ex-gedetineerden zonder identiteitsdocument 

Zo’n 15% van alle gedetineerden verlaat jaarlijks detentie echter zonder een geldig identiteitsdocument, bijvoorbeeld omdat dit tijdens de detentie is verlopen. Martha: ‘Realiseer je dat ongeveer 75% van alle gedetineerden niet langer dan drie maanden een gevangenisstraf uitzit. Dus je kunt wel stellen dat de kans kleiner is dat het identiteitsdocument is verlopen naarmate de detentie korter is. Niettemin komen jaarlijks, afhankelijk van de uitstroom tussen 3000 en 5000 personen vrij die niet in het bezit zijn van een geldig identiteitsdocument.’ 

Eigen handelswijzen 

Dit probleem zit ’m volgens Martha in het feit dat het ingewikkeld is om gedetineerden tijdens hun detentie een identiteitsdocument te geven. ‘Burgers kunnen alleen een identiteitsdocument regelen door persoonlijk naar de eigen gemeente te gaan. Maar gedetineerden kunnen dat uiteraard niet doen. Met als gevolg dat verschillende gemeenten en PI’s elk zo hun eigen handelswijzen hebben ontwikkeld, met een complex verkeer van documenten, formulieren, pasfoto’s en handtekeningen om een identiteitsdocument voor gedetineerden te regelen.’  

Nederlandse Identiteitskaart

Vingerafdruk 

Wat de problematiek urgent maakt, is dat per 2 augustus 2021 voor de NIK, net als voor een paspoort, een vingerafdruk nodig is. Pepijn Terra, senior strategisch adviseur bij RvIG: ‘Eigenlijk kan dat niet in de gevangenis. Je moet daarvoor naar de balie van de gemeente, omdat daar het apparaat voor de opname van de vingerafdruk staat. Of een ambtenaar moet met een mobiel apparaat naar de gevangenis komen. Maar er moet sowieso een contactmoment zijn tussen de gemeente en de gedetineerde die een NIK nodig heeft.’ 

Registratiegemeente versus PI-gemeente 

En dan speelt er nog iets anders, aldus Pepijn. ‘Bij de aanvraag van een identiteitsdocument geldt als hoofdregel dat je de aanvraag doet aan de balie van de gemeente waar je als inwoner bent geregistreerd in de Basisregistratie Personen (BRP). Dan kun je namelijk worden geïdentificeerd. Maar voor gedetineerden levert dat praktische problemen op. Niet alleen omdat ze vastzitten, maar ook omdat gedetineerden door het hele land vastzitten. Iemand die in Leeuwarden als inwoner in de BRP is geregistreerd kan bijvoorbeeld vastzitten in PI Vught.’ 

Nieuwe landelijke procedure 

Genoeg redenen dus om te werken aan een nieuwe landelijke procedure voor deze specifieke en kwetsbare groep burgers. ‘We willen voorkomen dat die persoon die in Leeuwarden als inwoner is geregistreerd in de BRP en in de gevangenis van Vught zit, domme pech heeft’, zegt Pepijn. ‘Dat zou niet alleen voor deze gedetineerde heel vervelend zijn, maar ook voor de gemeente. Een ambtenaar uit Leeuwarden zou dan immers moeten afreizen naar de PI Vught om daar een vingerafdruk op te nemen. Daarom werken we nu aan een procedure waarbij een gedetineerde die in Vught vastzit straks een NIK bij de gemeente Vught kan aanvragen. Een ambtenaar van die gemeente komt dan naar de PI met een mobiel apparaat voor de opname van vingerafdrukken.’ 

Gemeenten vroegtijdig betrekken 

‘Op dit moment loopt een wetgevingstraject, waarin we gemeenten - onder meer via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) - consulteren om uiteindelijk gezamenlijk te komen tot realisatie van een nieuwe procedure’, aldus Pepijn. ‘We willen halverwege 2023 met de nieuwe werkwijze kunnen starten. Dat is nog ver weg. Maar we willen voorkomen dat we de 23 gemeenten waar PI’s zijn gevestigd overvallen met de boodschap dat ze een nieuwe taak krijgen.’ 

Kosten voor rijksoverheid 

Natuurlijk kosten nieuwe administratieve handelingen geld. ‘Zoals we het nu voor ogen hebben, zullen gemeenten handelingen verrichten voor inwoners van andere gemeenten’, zegt Pepijn. ‘We gaan met hen in gesprek om te horen hoe zij die handelingen en de kosten daarvan inschatten. Ons uitgangspunt daarbij is dat deze kosten worden betaald door de Rijksoverheid.’ 

Goede samenwerking 

Volgens Martha had het hele traject een lange aanloop. ‘Maar dankzij de goede samenwerking tussen RvIG en het ministerie van JenV hebben we het probleem duidelijk kunnen definiëren en werken we nu aan een adequate oplossing.’ Pepijn besluit: ‘We hopen natuurlijk dat hiermee het werk van gemeenten straks gemakkelijker wordt. Maar we doen dit bovenal voor de gedetineerde burger. Die heeft recht op een geldig identiteitsdocument waarmee hij een goede start in de samenleving kan maken als hij uit detentie komt.’