Het verbeteren van de gezagsregistratie is één van de dertien ontwikkelpunten van de agenda van het programma Toekomst Basisregistratie Personen (BRP). Verbetering is zeer wenselijk. Niet alleen omdat de bestaande procedure omslachtig is en de samenleving is veranderd, maar ook om vertrouwen te creëren in digitale voorzieningen en de privacy van burgers te beschermen. Om dit doel te bereiken werkt de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) samen met ketenpartners.

Een foto van Marieke Guldemond
Marieke Guldemond, ministerie van Justitie en Veiligheid

‘Bij gezagsregistratie staat de vraag centraal wie het gezag over een minderjarige heeft’, aldus Marieke Guldemond, die vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) het project Verbeteren gezagsregistratie leidt. ‘In Nederland is deze registratie op dit moment ingewikkeld georganiseerd. Van oudsher hebben getrouwde ouders het gezag over hun kind. Door dit ‘automatische’ gezag leek een aparte registratie in de BRP destijds niet nodig. Maar als er geen sprake is van automatisch gezag, moet je het gezag afleiden. Daarnaast zijn er allerlei afwijkingen op de standaardregels mogelijk, mede als gevolg van rechterlijke beslissingen. Deze beslissingen worden vastgelegd in een ander systeem.’

Gezagsregister

Dit systeem is het Gezagsregister, waarin rechterlijke beslissingen over het gezag over een kind worden bijgehouden. ‘Twee registraties, namelijk in de BRP en in het Gezagsregister, maken het vaststellen van het gezag over een minderjarig kind echter ingewikkeld’, zegt Xander Seijs, adviseur Burgerzaken bij de gemeente Amsterdam en namens de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken (NVVB) bij het project betrokken. ‘Een uitvoeringsorganisatie die het gezag wil vaststellen - denk aan de Belastingdienst of de Jeugdzorg - zou de informatie uit de BRP dus eigenlijk altijd moeten vergelijken met de informatie uit het Gezagsregister. Slechts weinig uitvoeringsorganisaties hebben echter toegang tot het Gezagsregister, terwijl de BRP toegankelijk is voor veel uitvoeringsorganisaties.’

'Door invoerfouten bestaat het risico dat het gezag onjuist of onvolledig wordt vastgesteld'

Jeugdzorg

Er zijn meer en actuele redenen om de gezagsregistratie te verbeteren. Marieke: ‘Op het ministerie kregen we bijvoorbeeld klachten van Jeugdzorg over de ingewikkelde procedure. Die klachten zijn begrijpelijk. Een jeugdzorgprofessional wil immers zo snel mogelijk antwoord krijgen op de vraag of een persoon of instantie het gezag heeft over een minderjarige, en daarmee toestemming om bijvoorbeeld een rechtszaak bij te wonen.’

Medisch dossier

Xander Seijs, gemeente Amsterdam

Xander noemt een voorbeeld uit de zorg. ‘Hoe weet het medisch personeel in een ziekenhuis dat een persoon het gezag over een minderjarig kind heeft, het medische dossier van dit kind mag raadplegen en toestemming mag geven voor bepaalde behandelingen?’

Samenlevingsvormen

Dat er naast het traditionele huwelijk inmiddels ook veel andere samenlevingsvormen bestaan is eveneens een reden om de gezagsregistratie te verbeteren. ‘Denk aan draagmoederschap, meerouderschap of samenwonenden die een kind krijgen’, aldus Marieke. ‘Deze vormen maken gezagsregistratie ingewikkeld en vragen om duidelijkheid. Een eenvoudiger stelsel moet juridisch goed in het Burgerlijk Wetboek geregeld zijn. Dat is de verantwoordelijkheid van het ministerie van JenV. Er zijn dan ook wetsvoorstellen in de maak.’

Veel samenlevingsvormen maken gezagsregistratie ingewikkeld en vragen om duidelijkheid

Gezagsmodule

Daarnaast moet digitale gegevensuitwisseling ervoor zorgen dat uitvoeringsorganisaties snel, foutloos en zonder menselijke tussenkomst de juiste informatie krijgen om het gezag vast te stellen. Dat gebeurt in drie stappen. ‘Ten eerste ontwikkelen we daarvoor de zogenoemde gezagsmodule’, vertelt Marieke. ‘Daarin kan een uitvoeringsorganisatie een BSN invoeren om het gezag over een minderjarige te controleren. Denk aan een volwassen persoon die bij de douane op Schiphol staat met een minderjarig kind. In zijn paspoort staat geen kinderbijschrijving. Met deze module kan de Koninklijke Marechaussee zien of BSN 1 gezag heeft over BSN 2 en met het minderjarige kind mag reizen. De uitkomst is altijd betrouwbaar en eenvoudig: ‘ja’, ‘nee’ of ‘niet vast te stellen’. Vanaf 18 juli testen enkele uitvoeringsorganisaties deze module in de praktijk.’

Dataminimalisatie

De gezagsmodule komt tegemoet aan de wens van dataminimalisatie, geeft alleen noodzakelijke informatie, en beantwoordt dus uitsluitend de vraag of een persoon gezag heeft. Het is namelijk niet relevant om te weten of ouders getrouwd en of kinderen geadopteerd zijn.

Maandelijkse geautomatiseerde vergelijking

Een foto van Tess Bregman
Tess Bregman, RvIG

De tweede stap is een maandelijkse geautomatiseerde vergelijking van de gezagsregistratie in het Gezagsregister en die in de BRP. Tess Bregman, projectleider Toekomst BRP bij RvIG en verantwoordelijk voor deze stap: ‘Het is evident dat er een einde moet komen aan de handmatige invoer van rechterlijke beslissingen in de BRP. We willen toewerken naar digitale mededelingen vanuit het Gezagsregister, die vervolgens automatisch in de BRP worden verwerkt. Daarvoor is het zaak te controleren of er verschillen zijn tussen de beide registraties en, zo ja, waardoor deze verschillen worden veroorzaakt en hoe we die in eerste instantie kunnen wegwerken. Deze maandelijkse geautomatiseerde vergelijking moet eind 2022 werken.’

Een visie…

De derde stap is het ontwikkelen van een visie op een foutloze gezagsregistratie, waarbij de BRP als primaire bron fungeert. ‘In die visie speelt de verdere optimalisatie van het proces van digitale gegevensuitwisseling een belangrijke rol’, aldus Tess. ‘Dat doen we onder meer op basis van onze bevindingen met de maandelijkse geautomatiseerde vergelijkingen. De visie moet er uiteindelijk toe bijdragen dat de kwaliteit van de gegevens in de BRP beter wordt, de gezagsmodule effectiever en het proces van gezagsregistratie minder foutgevoelig.’

Optimalisatie van digitale gegevensuitwisseling speelt een belangrijke rol

… en de vertaalslag naar de praktijk

De visie wordt ontwikkeld in de projectgroep, waarin diverse afnemers, belangenorganisaties en ketenpartners zijn vertegenwoordigd, zoals de NVVB en de Raad voor de Kinderbescherming. ‘Inmiddels staat de visie op papier’, zegt Marieke. ‘Maar daarmee zijn we er nog niet. Vervolgens moeten we een vertaalslag maken naar de praktijk. Wat betekent deze visie? Wat moet er veranderen aan de BRP? En aan het Gezagsregister? Wat betekent dat voor de wet- en regelgeving? Aan die slag werken we nu.’

Kortcyclische werkwijze

Volgens Tess kent de implementatie van de visie geen vooraf vastgestelde deadline. ‘De visie schetst het einddoel en de weg daarheen vullen we samen verder in. Maar wij zetten voortdurend kleine stappen om dingen beter te maken en daarvan te leren, waarbij we het einddoel steeds voor ogen houden. Dat past bij de kortcyclische werkwijze van het programma Toekomst BRP.’

Positieve energie

Marieke noemt de samenwerking in de projectgroep harmonieus. ‘Alle organisaties hebben belangen en ervaringen met gezagsregistratie, en dus een belangrijke inbreng. Er zit veel positieve energie in dit project en er bestaat geen enkele twijfel: iedereen ziet er het nut en de noodzaak van in.’